Inloggen
 
Wachtwoord vergeten?

Geschiedenis van De Langstraat

Vanaf de jaren 1860/1870 is er sprake van Nederlandse schoenindustrie. Deze kwam overwegend in de Langstraat tot ontwikkeling, omdat dat gebied al een traditie kende van schoenmakerijen die teruggaat tot het einde van de zestiende eeuw.
De schoenennijverheid ontwikkelde zich vanaf die periode aanvankelijk als nevenbedrijf naast het boerenbedrijf. De geografische omstandigheden daarvoor waren dan ook gunstig: de Loonse en Drunense Duinen leverden de run, grondstof voor het toenmalig looiproces, terwijl het gebied ten noorden van de Duinen was doorsneden door vele watergangen, die de looiers voorzagen van grote hoeveelheden schoon water. De schrale grond zorgde ervoor dat er een economische noodzaak was bij te verdienen. Aanvankelijk is lederbereiding en schoenproductie een gemengd (neven)bedrijf. In de achttiende eeuw kende de Langstraatse schoenproductie al een dermate grote (confectie)schaal, dat schoenmakers in andere Gewesten, zoals Holland, Zeeland en Utrecht om importbescherming verzochten.
 
De grote impuls voor de mechanisatie vormde de Frans-Duitse Oorlog van 1870, met een enorme vraag naar (veelal militair te gebruiken) schoeisel en tuigleer. Veel zogenaamde 'schoenenbazen', die in opdracht schoeisel lieten vervaardigen door grote aantallen thuiswerkers, stapten daarop over op machinale productie, die in het toen voorliggende decennium aarzelend was ingezet in de zogeheten ‘manufactuur'. Dit betrof kleine werkplaatsen van enkele samenwerkende schoenmakers, die gezamenlijk gebruik maakten van enkele machines. De overschakeling op machinale productie betekende echter niet dat de thuiswerker verdween. Pas rond de Eerste Wereldoorlog konden thuiswerkers niet langer in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien en hadden de fabrieken de slag gewonnen.
 
Het bestaan van de thuiswerker was zwaar. Ze waren sterk afhankelijk van de schoenenbazen bij wie ze ook vaak nog schulden hadden. De gedwongen winkelnering in de schoenenbranche, waarbij ze hun loon dat ze bij de baas verdienden moesten besteden in de winkel van de baas, was mede oorzaak voor armoede. Vaak dienden dan ook de (jonge) kinderen van de thuiswerkers meewerken om brood op de plank te hebben.
 
De vooral dus in onze regio ondergebrachte schoenindustrie beleefde het creatieve hoogtepunt in het interbellum, toen fabrieken als Van Schijndel, Bloch en Stibbe, Timtur een internationale faam genoten. Het economische hoogtepunt voor de branche kan zeker in de jaren 1950 worden gevonden. De oorzaak hiervan vormde (opnieuw) oorlog, en wel de kort tevoren geëindigde Tweede Wereldoorlog, en de als gevolg daarvan grotendeels weggevallen Duitse productiecapaciteit.
 
De oprichting van de E.E.G. eind jaren vijftig vormde de aanzet voor de neergang van de bedrijfstak. De oorzaak vormde de arbeidsintensiviteit van de schoenproductie en de daarmee samenhangende loonkosten, die bepaald niet concurrerend waren ten opzichte van het toenmalig lage-lonenland Italië. Geleidelijk veranderde het karakter van de Nederlandse (dus: regionale) schoenindustrie daarop van schoenproductie- in schoenhandelsgebied van Nederland. Vooral de laatste jaren heeft die ontwikkeling een belangrijke groei gekend.
 
De oudste geschiedenis van de schoennijverheid in de regio wordt vooral gekenmerkt door armoede, waardoor er weinig tot geen artefacten uit die periode bewaard zijn gebleven. Verbetering, ook van de sociale omstandigheden, in de branche traden pas na de Eerste Wereldoorlog in. Een uitzondering daarop vormen de (ontspannings)gilden, die in de negentiende eeuw hun wortels hebben en waarvan nog één gilde tot op de dag van vandaag actief is.
 
Ook de aard van het tot eind 19e eeuw in de regio vervaardigde schoeisel is er mede de oorzaak van dat er relatief weinig materiaal uit de pre-industriële situatie bewaard is gebleven. De Langstraat kende immers vooral een traditie van op grote schaal vervaardigd goedkoop schoeisel, dat waarschijnlijk veelal tot op de draad werd versleten. De republikeinse staatsvorm die ons land bovendien tot begin 19e eeuw kende was er de oorzaak van dat ons land geen zogenaamde 'hof-cultuur' kende, zoals in de ons omringende landen wel het geval was. Het nagenoeg geheel ontbreken van een dergelijke hofcultuur in het toen bij uitstek
Calvinistisch geregeerde land heeft tot gevolg dat (hoog-) modisch schoeisel in Nederland toch al zeer zeldzaam is. Deze factoren zijn alle van invloed op de mogelijkheden om een grondig gedetailleerd beeld in historisch schoeisel van voor de industriële periode bijeen te brengen. Gelukkig biedt het zogenaamde bodemarchief de mogelijkheid om, via archeologische vondsten van schoeisel of de zeldzamer mogelijkheid van 'concealed shoes' mogelijkheden het volksschoeisel uit die periode te tonen.

Agenda

  • Donderdag 29-03-2012

    Toneelstuk: Het Leven een leerschool

    Op 29 maart presenteert de SELL De Langstraat een interessante bijeenkomst.
  • Donderdag 10-05-2012

    Ontwikkelingen Internet

    In 2011 was er een succesvolle bijeenkomst met Wehkamp en GfK. Gezien de stormachtige…
  • Donderdag 18-10-2012

    Young Professionals

    Door de Young Professionals zal er op deze datum een activiteit worden georganiseerd, die voor…

> Meer